NIPT

Niet Invasieve Prenatale Test. In het bloed van de moeder kan worden getest of het ongeboren kind trisomie 21, 18 of 13 heeft. Klik hier voor meer informatie over NIPT. NIPT wordt alleen vergoed voor vrouwen met een verhoogd risico bij de combinatietest. Ook de NIPT biedt geen 100% zekerheid, maar bij een goede NIPT-uitslag na een combinatietest, is vervolgonderzoek niet nodig. Wanneer er ook bij de NIPT een afwijkende uitslag wordt gevonden, volgt altijd een vlokkentest of vruchtwaterpunctie om de uitslag te bevestigen.

Vlokkentest

Bij de vlokkentest wordt een klein stukje van de placenta (moederkoek) weggenomen. Dit kan op twee manieren gedaan worden. Via de vagina door de baarmoedermond tot ongeveer 11 weken of via een prik door de buikwand vanaf 11 weken zwangerschapsduur. Door de vlokkentest bestaat er een kleine kans op een miskraam. Het risico hierop bedraagt ongeveer een half procent (1 op 200). De uitslag is na ongeveer 7 tot 10 dagen bekend. Bij een afwijkende uitslag wordt er altijd een vruchtwaterpunctie gedaan om uit te sluiten dat de afwijking alleen in de placenta voorkomt.

Vruchtwaterpunctie

Bij de vruchtwaterpunctie wordt met een dunne naald door de buikwand van de moeder tot in de baarmoeder geprikt en wordt een beetje vruchtwater afgenomen. Een vruchtwaterpunctie kan vanaf de 15de week van de zwangerschap worden uitgevoerd. Het risico op een miskraam is ongeveer vergelijkbaar met die van de vlokkentest. De uitslag van de vruchtwaterpunctie is na ongeveer 3 weken bekend. Deze uitslag is 100% zeker. Als blijkt dat er sprake is van een afwijkende uitslag kunnen de aanstaande ouders kiezen of zij de zwangerschap willen voortzetten of afbreken.

Belangrijk om je te realiseren

Een verhoogde kans is iets anders dan een grote kans!
Sommige vrouwen zullen misschien ongerust worden als zij na de combinatietest te horen krijgen dat zij een verhoogde kans hebben op het krijgen van een kind met downsyndroom. Het is goed om te bedenken dat een ‘verhoogde’ kans niet per se een ‘grote’ kans hoeft te betekenen. Zelfs bij een verhoogde kans is de kans dat er een gezond kind geboren wordt meestal nog vele malen groter dan de kans op een kind met een aandoening. Voorbeeld: bij een verhoogde kans van 1 op 100, zijn 99 vrouwen niet zwanger van een kind met Down syndroom en 1 wel. Dit betekent dat een groot deel van de zwangere vrouwen met een afwijkende testuitslag toch een kind zonder Down syndroom zal krijgen.